De liefde is het allersterkste van de hele schepping en staat ver boven alles en iedereen. Ver boven mens, dier, plant en alle denkbare en ondenkbare materie. De liefde zwaait de scepter boven de duivel en engelen.
Zelfs degenen die zich als almachtige schepper aanduiden kunnen blijven dagdromen. Zelfs de goden moet hun meerdere erkennen als het gaat om de liefde. Krishna’s liefde voor Radha en Rama en Sita. En zovele andere goden die de mensheid gekend hebben. Allen zijn ze ten prooi gevallen aan de liefde en hun meerdere erkend aan deze onverslaanbare kracht.
Meteen is de liefde ook het meest ingewikkelde dat er is.

Mogelijk bedoeld om op terug te kijken na een lange tijd om pas na jaren te worden ontdekt.
Soms is de liefde er ineens, plotseling, uit het niets in een vorm misschien nog nooit eerder gezien.
Ten tijde van de liefde kan de liefde zelf simpel lijken en als gewoon worden ervaren. De liefde is immers zeer eenvoudig.
Als een opwelling dat even is komen opzetten en dan weer bedaard en de saaiheid van het alledaagse onherroepelijk de overhand krijgt. Totdat de liefde weg is… dan is het hek van de dam en is iedereen uit het veld geslagen. Er is geen dader of slachtoffer als het om de liefde gaat. De liefde komt en gaat, zo is haar of zijn natuur.

De liefde, die is allesbehalve saai. De liefde is een tijger. En zo stelt het zichzelf altijd voor: ik ben een tijger!
De liefde heeft zelfkennis genoeg. Alleen zou het kunnen dat zelfs de liefde iets nodig heeft?
Misschien is de liefde helemaal niet zo heldhaftig. Misschien is de liefde helemaal niet oppermachtig, ook al bezingt elke troubadour of dichter erover. Misschien is de liefde zwak en broos. Eenzaam en alleen en wie weet gewoon op de vlucht. Vluchtend voor … weg van …

Niemand kan de wonderlijke wegen van de liefde verklaren. Zelfs een tijger weet het op gegeven niet meer.